COLUMN | MISSEN

COLUMN | MISSEN

MISSEN

(Deze column is eerder verschenen voor Stichting Lieve Engeltjes Magazine. Uitgave september 2012)

Het is zomer in Nederland. Veel mensen zijn op vakantie, onze straat is bijna helemaal leeg. Wij blijven door omstandigheden thuis dit jaar, maar onze oudste zoon gaat wel op kamp. Een week survivallen met 33 leeftijdsgenootjes in de buurt van Nijmegen. Hij had er zo enorm veel zin in dat ik bang was dat het hem tegen zou vallen. Het vooruitzicht dat hij een week lang mocht vuurtje stoken, vlotten bouwen en over touwen mocht lopen leek hem geweldig. En dat is het ook, denk ik, zeker op die leeftijd. Sterker nog, ergens zou ik ook wel willen. Mocht ik maar mee! Wat een avontuur. Nu is hij 9 jaar en ik schat zo in dat je op die leeftijd niet met je moeder in een stapelbed wilt liggen, op een kamer met 12 andere stuiterballen.

LOGEREN

Er zijn van die momenten deze week dat ik een onbestemd gevoel heb. Een gevoel in mijn onderbuik. Ik kan er niet precies mijn vinger op leggen. Ik herken het wel. Het is er gewoon. Niet altijd, soms, af en toe. Wat het is? Een leegte, een gat, een holte, een gevoel. Ik mis mijn zoon! Hij gaat wel vaker een paar dagen logeren, maar dat is anders. Dat is bekend, vertrouwd en dit is onbekend, bij onbekenden. Als ze maar goed op mijn zoon letten! Ik tel de dagen af tot hij weer thuis is.

VERDRIET

Aan de ene kant wil je dat je kind zelfstandig wordt en vol zelfvertrouwen de wereld in stapt. Aan de andere kant wil je ze voor alles behoeden en beschermen. Vooral tegen de boze buitenwereld en voor alle pijn die er is of zal komen. Helaas hebben we hem niet voor alles kunnen beschermen. We hebben al veel pijn en verdriet gehad en nog steeds. We hebben afscheid moeten nemen van Daniel’s broertje Thijs*. En dat is een ervaring en een verdriet dat je geen kind toewenst. Ook Daniel zal dit verdriet en dit gemis een plek moeten geven. Daar kan ik niets meer voor doen dan er voor hem zijn. En dat is nu zo moeilijk deze week. Hij zit op kamp en ik niet.

GEVOEL

Thijs*, onze tweede zoon, werd in 2006 geboren en toen hij nog geen jaar oud was, was het ons duidelijk dat er iets mis was. Na vele onderzoeken werd duidelijk dat hij een ernstige stofwisselingsziekte had, de ziekte van Tay-Sachs. Thijs* had veel verzorging nodig en ging iedere dag een beetje verder achteruit. We zorgden thuis voor hem, we wisselden elkaar af, mijn man en ik. Daniel hebben we willen betrekken, maar niet belasten. Later kwamen er verpleegkundigen in huis die de zorg even overnamen van ons. Dan konden we ons weer even richten op onszelf en op onze oudste zoon. En altijd als je de deur uitging miste je Thijs*. Hij hoorde er zo bij, het deed pijn hem achter te laten. Dat gevoel werd later alleen maar erger. En zeker na april 2010 is het een deel van me.

TIJD NODIG

April 2010 is Thijs* overleden, op vierjarige leeftijd, na drie jaar ernstig ziek te zijn geweest en het verdriet was zo groot. Naast ons eigen verdriet was er ook het verdriet van Daniel. Hij was boos, verdrietig, stil, druk, van alleswat. Hij mist Thijs* enorm en ziet ook dat wij verdriet hebben. Dat zijn broertje ziek was en niet met hem zal voetballen was nog tot daar aan toe, maar dat zijn broertje overleden is, dat hij nu geen broertje meer heeft, dat is zo moeilijk voor hem. We zien hem wel worstelen, een manier vinden en een weg kiezen. Hij komt er wel, maar dit heeft tijd nodig. Hetzelfde geldt voor ons.

SUPERWEEK

We zijn nu dik twee jaar verder na het overlijden van Thijs*. Geen makkelijke jaren voor ons en zeker ook niet voor Daniel. We moeten allemaal verder. Het is zomer 2012 en onze kleine man gaat alleen een hele week op kamp. Een beetje onzeker werd zijn stapelbedje opgemaakt maar na een kennismaking met een leeftijdsgenootje was van die onzekerheid niet veel meer over. Onze grote kerel lijkt stevig in zijn schoenen te staan en gaat een superweek hebben in de bossen bij Nijmegen. En ik reken erop dat hij heel moe, met een tas met vieze kleren, blauwe plekken én met honderden verhalen terugkomt! Hij heeft helemaal geen tijd om zijn ouders te missen. Maar ik ben bang dat het lege, holle gevoel bij mij pas over gaat als ik hem weer in mijn armen kan sluiten. Dat kan me niet snel genoeg zijn.

Nog een column lezen? Deze gaat over LEVEN.